over werk,

ZZP-etiquette

Het was afgelopen maandag weer een dag om het openstaande gevalletje KvK te tackelen. Ik was immers nog steeds on the hunt naar die ene bedrijfsnaam die mij groot succes zou opleveren. Ok nee, grapje, maar het is wel zo’n naam waar je direct een dusdanig goed gevoel bij hebt dat je er alles aan doet om hem te bemachtigen. De vele aardige en begripvolle mailtjes naar de eigenaar van de bijbehorende URL waren aan zijner zijde gestagneerd. Er moest wat worden opengebroken. Wellicht met een slijmerig en zielig telefoontje, nu ik geen reacties meer op mijn emails kreeg. Iets met een opstartende ZZP’er en nog geen budget hebben en het feit dat deze naam (die hij dus bezit) en ik matchen als Ryan Gosling en Eva Mendes. Wat ongetwijfeld weer prachtige baby’s oplevert.

Enfin, ik trippelde naar de Coffee Company. Zoals wel vaker, als ik de tijd heb, niet naar de dichtstbijzijnde maar een een wijkje verder. Sinds lief weer met een tracker aan haar pols loopt en daarmee nauwgezet alle uurtjes slaap en gemaakte stappen bijhoudt, ben ik me weer volledig bewust van de geringe keren dat ik ook daadwerkelijk wandel. Ik pak eigenlijk altijd mijn stalen ros om me door te stad te haasten. Dit keer was er echter geen haast en ik wilde die stappen weer eens een oppepper geven (kan je ook gewoon in je iPhone zien namelijk) dus ik trippelde richting Watergraafsmeer.

Eenmaal geïnstalleerd met koffie – een grote cappuccino (sinds mijn zelfverzonnen regel is dat lekkere koffie buiten de deur of met gasten wordt gedronken en zwarte koffie thuis) – en een broodje bedenk ik me dat de opstelling verre van ideaal is. Voorbijgangers ‘zitten in mijn nek’, hetgeen bij mij een zenuwachtig gevoel oproept. Om maar te zwijgen over alle koters die al rennende tegen mijn stoel aan botsen. Mijn ogen scannen de ruimte op het allerbelangrijkste wat er is voor een type zoals ik; een stopcontact. Eenmaal gevonden, manoeuvreer ik me in de tweede positie. Geruisloos glip ik tussen een groteske vaas felgekleurde bloemen en een volgepakte rollator van een pauzerende meneer op leeftijd door. Mijn koffie verplaats ik zonder dat je het lepeltje in de mok hoort klingelen. Zelfs de grote tas met taart op de stoel naast mij (lief en ik vieren vandaag ons 8-jarig samenzijn), die wanneer je hem aanraakt, knispert op een frequentie dat je er mal van zou worden laat ik met een klein zuchtje door de lucht dansen en vervolgens neerploffen op onze nieuwe locatie.

Niemand die opkijkt van mijn changement. Sterker nog, ik zou durven wedden dat niemand hier heeft opgemerkt dat ik met veel moeite van plek ben veranderd. Zo vlug en stilletjes is het verlopen. Het oudere mannetje, het groepje moeders met koters, het handjevol bebaarde hipsters en de oudere dame naast mij die zich met een stapel woordenboeken door een aantal Hebreeuwse teksten aan het worstelen is; allemaal verrekken ze geen spier. Dit verandert echter volledig wanneer er een Stoorzender (met hoofdletter S dus) naar binnen marcheert. Blonde krulletjes, een rond brilletje en daarachter kleine bruine kraaloogjes. Hij staat op het punt om een belangrijke deal te sluiten. Of zo. Er hangt veel vanaf, want zijn concentratie is volledig op het gesprek gericht. Hij heeft geen flauw benul van de wereld om zich heen. Alle ruimte wordt onmiddellijk door deze ene persoon met zijn klikkende bruinlederen puntschoenen ingenomen.

Zou hij wel in de gaten hebben dat hij door de open deur een Coffee Company is binnengestapt? Ik vraag het me af en met mij waarschijnlijk nog een mannetje of twintig. Letterlijk alle ogen in de tent zijn op deze – inmiddels ijsberende – luid pratende pochetpulkende man gericht. Een minuut later vraag ik me niks meer af. Ik kan mezelf niet eens meer horen denken want de blauwe krijtstreep heeft het voor elkaar gekregen om de hele ruimte op te eisen door er hele flinke decibellen in te pompen. Ik zie dat er al een aantal buggy’s de ruimte verlaten.  Deze kerel is luidruchtiger dan de drie kinderen die eerder rondrenden.

Na ongeveer 12 minuten (ja ik heb getimed) hangt hij op. Volgens mij is het goed gegaan want er verschijnt een besmuikt lachje op zijn gezicht en de kraaloogjes worden groter. Hij sjort eens flink aan zijn leren riem. Dragen mannen eigenlijk nog wel eens bretels, vraag ik me direct af. Broek weer in de taille en mega voldaan. Te midden van een ruimte vol geïrriteerde mensen. Hij heeft geen flauw benul, bestelt een bak koffie (van die vieze zoete – iieeww) en gaat of all places recht tegenover me zitten. Ik voel gewoon een rilling van walging. Van het idee dat er mensen zijn die denken dat ze de wereld voor zichzelf hebben en geen rekening willen houden met een ander.

Tegelijkertijd ben ik benieuwd of er zoiets bestaat als ZZP-etiquette? Een koffiezaak is toch geen kantoor, maar als je er toch gebruik van maakt dan is dat toch onder bepaalde voorwaarden?