over mij,

Tent

Ik heb een oud Fries wasrek gekocht. Of nou ja, eigenlijk had ik hem gezien, besloten dat ik het niet nodig had en laten staan. Vervolgens heb ik me uiteraard bedacht en vond ik dat ik het toch wel nodig had. Dus het zusje erop uitgestuurd om hem te halen en daarna de ouders met het ding op het dak van de auto 230 kilometer laten rijden, maar goed. Hij is er.

Eerst dacht ik; leuk, dan zet ik die in plaats van de stoel-met-altijd-een-bult-was-erop in de slaapkamer. Daarna bedacht ik me wat pas echt leuk zou zijn voor de kleine man: een tent. Dus pakte ik wat lakens en maakte van het wasrek een tent. Geweldig. Hij was er niet uit weg te slaan. We speelden Grote Beer en Kleine Beer (naar het leuke kinderboekje) en meneer vroeg zich af of het niet een goed idee was om zijn middagdutje ook in de tent te doen. Dit werd me toch wat gortig en oma bracht hem daarom naar zijn gewone bed.

Ik zag mijn kans schoon en kroop in de tent. Meteen was ik weer zes. In mijn eigen wereldje, met mijn boeken en af en toe een lieveheersbeestje of torretje die me bezoek kwam brengen, bracht ik hele middagen in mijn kasteel door. Niet alleen in tenten trouwens, ook onder rododendrons en grote struiken zat ik graag. Of op zolder. Als ik maar alleen kon zijn, met voor mijn gevoel alle tijd om gewoon te zitten. Met barbies spelen en lezen deed ik ook wel, maar vaak lag ik gewoon wat om me heen te kijken.

Tegenwoordig kan ik dat niet meer. Er moet vermaak zijn, liefst een of andere serie op Netflix waar ik verslaafd aan kan raken, Pinterest of Facebook. In de tent kwam het gevoel van vroeger, waar ik soms ook best naar kan verlangen, weer helemaal terug. Gewoon even niks. Met je hoofd in de wolken en je verstand op nul een beetje ins blauwe hinein staren. Als er een voornemen is voor het komende jaar (hup, dat doen we gewoon midden mei, kan ons het schelen) dan is het om ook mijn talent voor heerlijk nietsdoen weer aan te wakkeren.