over mij, over niks,

Het nuttige nietsdoen

zaterdag
de zon schijnt, een frisse blauwe zoete voorjaarsdag
12.3.2016
12:50 – 13:41
rondje Amstel

The something closest to doing nothing is walking¹

Dit weekend is er niets. Geen feestjes of bijzonderheden, gewoon ik, de hond en de zooi in m’n huis. Ik hou van dat soort weekenden en vooral van de kunst om je goed te voelen over niets bijzonders doen. Dus niet het nietsdoen van de hele dag in je bed liggen rotten, iets wat op het moment zelf altijd een heel goed idee lijkt en achteraf schuldgevoel veroorzaakt. En ook weer niet jezelf dwingen om allerlei dingen te doen waardoor je na het weekend eigenlijk toe bent aan een dagje vrij. De verdomde guldenmiddenweg van het nuttige nietsdoen, leuk in theorie en behoorlijk lastig om in de praktijk toe te passen. Hemels als je daarin slaagt.

Wanneer doe je eigenlijk iets en wanneer niets? Bestaat het pure ‘niets doen’ wel? Ik heb het idee dat we nietsdoen aan ‘nut’ hebben gekoppeld. Als we niet nuttig zijn, dan doen we niets. Een concept wat ik om mij heen veel zie en hoor. Als drukke dertigers willen we alles uit iedere seconde van ons leven halen, haast haast haast, druk drukker drukst, moeilijk moeilijk moeilijk. We hebben het idee dat we constant productief moeten zijn. Ook als we niets doen. Misschien is de titel de paradox waarnaar we streven…

01-het-nuttige-nietsdoen_01-stekker

Ik geloof dat er twee manieren zijn waarop ik het nuttige nietsdoen bekijk. De eerste als een statement: ‘het is nuttig om af en toe niets te doen’. De andere meer als een actie: hoe je op een nuttige manier niets kan doen. Voor mij zit het nut van nietsdoen erin dat nietsdoen ruimte creëert. Ik ben iemand die in m’n hoofd praat (waarbij onbewust m’n lippen soms bewegen). Ik repeteer gesprekken die ik wellicht zal hebben vooraf en doe ze achteraf nog eens dunnetjes over. Mijn hoofd heeft verwerkingstijd nodig en die tijd vind ik in nietsdoen. Vandaar dat ik achter het statement ‘niets doen is nuttig!’ sta. Ik overweeg er een T-shirt van te maken.

Maar goed, ik heb helaas niet de luxe om als een beeld van Rodin rustig op een rotsje aan m’n kin te krabben en het leven te overdenken (druk druk druk). Dus daarom doe ook ik als een ware dertiger aan een productief nietsdoen. Lopen! Sinds de zomer van 2013 heb ik een hond, Stekker de kleine ruwharige teckel. Het betekent dat ik altijd een vriend bij me heb die onvoorwaardelijk van me houdt (doch niet altijd onvoorwaardelijk naar me luistert) en ik minstens vier keer per dag buiten moet spelen. Het uitlaten ben ik gaan koppelen aan het verplaatsen van A naar B. Als zzp’ende ontwerper hobbel ik binnen Amsterdam nogal eens van een opdrachtgever naar m’n atelier en weer terug. Ik probeer m’n dag zo in te delen dat als Stekker uit moet ik ook meteen mezelf van A naar B verplaats, dus juist het duffe rondje vermijd. En tijdens het lopen kan ik m’n hoofd ordenen. Een nuttig nietsdoen.

Dus allen: wees nuttig en doe niets!

¹Solnit, R. Wanderlust, A History of Walking. (London: Granta books, 2014) p. 5.

het-nuttige-nietsdoen_02-stekker-en-ik